Cassatie arbeidsrecht en pensioenrecht

Zoekt u een advocaat in cassatie op het gebied van arbeidsrecht en pensioenrecht? Alt Kam Boer is gespecialiseerd in civiele cassatie op het gebied van arbeidsrecht, en pensioenrecht. Alt Kam Boer heeft een cassatieadvocaat, mr.dr. Jan Wouter Alt die lid is van de  Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN), de specialistenvereniging van arbeidsrecht advocaten. Hij is ook in 2009 gepromoveerd aan de Universiteit Leiden op een arbeidsrechtelijk proefschrift. De laatste tijd komen er veel spraakmakende WWZ-gerelateerde zaken voorbij, zoals op dit moment de prejudiciële procedure over de Transitievergoeding en het slapende dienstverband, waarbij mr. Alt de werkgever bijstaat.

Zie verder bijvoorbeeld recent ECLI:NL:HR:2019:203. HR 8 februari 2019, (X/WoonDroomzorg) met betrekking tot de vraag welke (persoonlijke) omstandigheden van belang zijn voor de vraag of een werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. 

Op het gebied van arbeidsovereenkomsten en ontslagrecht dragen wij dan ook een forse steen bij aan de rechtsontwikkeling. Daarnaast behandelen wij ook zaken op het gebied van medezeggenschapsrecht, bijvoorbeeld op het gebied van het primaat van de politiek HR 22 maart 2019 ECLI:NL:HR:2019:397 :

“3.3.3  Art. 32 lid 2 WOR houdt in dat bij schriftelijke overeenkomst tussen de ondernemer en de ondernemingsraad aan de ondernemingsraad meer bevoegdheden dan de in de WOR genoemde kunnen worden toegekend en dat aanvullende voorschriften over de toepassing van het bij of krachtens de WOR bepaalde kunnen worden gegeven. Art. 32 lid 4 WOR bepaalt dat indien in de overeenkomst aan de ondernemingsraad een recht op advies wordt gegeven over andere voorgenomen besluiten dan genoemd in art. 25 WOR, het in art. 26 WOR opgenomen recht van beroep bij de ondernemingskamer van overeenkomstige toepassing is. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepalingen, die van latere datum zijn dan art. 46d WOR, blijkt niet dat onder ogen is gezien hoe de in art. 46d, aanhef en onder b, WOR opgenomen uitzondering voor politieke besluiten op het advies- en beroepsrecht zich verhoudt tot art. 32 WOR.

De wetgever heeft blijkens de parlementaire behandeling van art. 46d WOR en de evaluatie van de werking van de WOR bij de overheid in 2001 (weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.5 respectievelijk 3.14-3.15) uitdrukkelijk niet gewild dat politieke besluiten van democratisch gecontroleerde organen door de ondernemingskamer in het kader van de WOR worden getoetst. Nu niet is gebleken dat de wetgever hiervan heeft willen afwijken bij de totstandkoming van art. 32 WOR, moet worden aangenomen dat de wetgever met die bepaling alleen de medezeggenschap heeft willen uitbreiden tot andere besluiten dan die genoemd in art. 25 WOR, en art. 32 WOR niet tevens heeft willen betrekken op besluiten als bedoeld in art. 46d, aanhef en onder b, WOR. Het middel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt.

3.3.4 Opmerking verdient nog het volgende. De ondernemer kan aan de ondernemingsraad een ‘informeel adviesrecht’ verlenen voor besluiten als bedoeld in art. 46d, aanhef en onder b, WOR. De inhoud van dat adviesrecht wordt bepaald door wat de ondernemer en de ondernemingsraad daarover zijn overeengekomen. Dit strookt met de door de wetgever bij herhaling benadrukte mogelijkheid en wenselijkheid dat ook bij besluiten als bedoeld in art. 46d, aanhef en onder b, WOR de ondernemingsraad door middel van overleg wordt betrokken en om advies wordt gevraagd. De wet verbindt aan een dergelijk adviesrecht niet de mogelijkheid van beroep in de zin van art. 26 WOR. De ondernemer kan een zodanig beroepsrecht ook niet aan de ondernemingsraad toekennen.”

Jan Wouter Alt heeft diverse arbeidsrechtelijke publicaties op zijn naam staan. Hij is in 2009 gepromoveerd op stelplicht en bewijslast in het arbeidsrecht (zie hiernaast).

 

 

 

 

Eind april 2017 is het boek Stelplicht en bewijslast in het nieuwe arbeidsrecht verschenen, dat eveneens in de Kluwer serie Monografieën Sociaal Recht wordt uitgegeven. Dit boek behandelt alle voorkomende bewijsrechtelijke problemen in het arbeidsrecht (zie hieronder). Dit boek is ook online op de Kluwer Navigator te vinden en zal periodiek worden geüpdate. een nieuwe druk staat gepland voor het eerste kwartaal van 2021.

 Daarnaast publiceert Jan Wouter Alt in diverse vaktijdschriften en in het Advocatenblad. in het aprilnummer 2018 van TRA verschijnt een artikel over schijnzelfstandigheid en de plannen van het kabinet Rutte III om dit terug te dringen.

Alt Kam Boer treedt in cassatie op voor pensioenfondsen, werkgevers, werknemers en vakorganisaties.

Enkele  recente uitspraken op het gebied van het arbeidsrecht zijn:
    • ECLI:NL:HR:2018, HR 26 oktober 2018, Arbeidsrecht. Voorwaardelijke ontbinding na ontslag op staande voet. Art. 7:685 (oud) BW. Na ontbindingsuitspraak bekend geworden feiten. Baijingsleer (HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AM1905); uitzondering mogelijk?
    •  ECLI:NL:HR:2018:976 , HR 22 juni 2018, (FNV/Pontmeyer),  Procesrecht. Arbeidsrecht. Comparitie in hoger beroep ten overstaan van raadsheer-commissaris in meervoudig te beslissen zaak (HR 22 december2017,) Wanneer vloeit uit gedragslijn van werkgever jegens werknemer een arbeidsvoorwaarde voort? Maatstaf en gezichtspunten.

    • ECLI:NL:HR:2018:484; HR 30 maart 2018 (Dräger), echt op transitievergoeding bij ontslag op staande voet (onverwijlde opzegging om een dringende reden); art. 7:673 lid 1, onder a, en art. 7:677 lid 1 BW. Dringende reden bij ontbreken van ernstige verwijtbaarheid, HR 29 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7282, NJ 2001/560. Procesrecht. Mondelinge behandeling in meervoudig te beslissen zaak voor raadsheer-commissaris, vereiste mededeling aan partijen, toepassing regels HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264.

    • ECLI:NL:HR:2018:220: HR 16 februari 2018, (Bossers & Cnossen) Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:669 lid 3, onder g, BW). Belang van (ontbreken) verwijtbaarheid aan zijde werknemer en werkgever. Toepasselijkheid van wettelijke bewijsregels; vaststaan dan wel voldoende aannemelijk zijn van feiten en omstandigheden. Mogelijkheid van herplaatsing (art. 7:669 lid 1 BW), maatstaf. Transitievergoeding (art. 7:673 BW), overgangsrecht bij opvolgend werkgeverschap (HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:1198 (Constar)). Billijke vergoeding (art. 7:671b lid 8, aan onder c, BW); verband tussen ernstig verwijt en ontbinding.
      • ECLI:NL:HR:2017:571, Hoge Raad 31 maart 2017, Dit betrof de zogenaamde ‘Bossche zaak’ met betrekking tot de vraag of een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet mogelijk was. Omdat inmiddels de Mediant-zaak hangende dit cassatieberoep was gewezen, grijpt de Hoge Raad deze zaak aan om die beschikking HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998) te verbeteren. De Hoge Raad geeft een overweging ten overvloede over de vraag of ook de appel- of verwijzingsrechter bevoegd is de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst uit te spreken.

     

    • ECLI:NL:HR:2017:564,Hoge Raad 31 maart 2017,  Uitleg cao voor de Groothandel in Levensmiddelen. Functiewaardering en beloning; betekenis indeling in functiegroep en salarisniveau voor recht op structurele salarisverhoging

       

       Enkele voorbeeldzaken pensioenrecht:

Team

De cassatiesectie van ons kantoor bestaat uit de volgende 3 advocaten:

Enkele andere voorbeeldzaken op het gebied van arbeidsrecht

Sinds 17 jaar publiceert de overheid uitspraken van de Hoge Raad op de website rechtspraak.nl. Een aantal van de door ons kantoor in de afgelopen 17 jaar behandelde zaken is op onderwerp weergegeven in ons track record van behandelde zaken, met een doorlink naar voormelde website.

Zie daarnaast ook de blogs naar aanleiding van een aantal door ons kantoor recent gewonnen zaken en de pagina waarop nadere informatie over cassatie wordt gegeven.

  • ECLI:NL:HR2016:2886: HR 16 december 2016 Arbeidsrecht; loonvordering na ontslag op staande voet in kort geding
  • ECLI:NL:HR:2016:2757, HR 2 december 2016 (arbeidsrecht, opvolgend werkgeverschap)
  • ECLI:NL:HR:2016:290, HR 19 februari 2016 (Arbeidsrecht, ontslag op staande voet, strafrechtelijke kwalificatie dringende reden)
  • ECLI:NL:HR:2015:3634, HR 18 december 2015 (Arbeidsrecht; Uitleg AVV-CAO toetsingsmoment toepassing bij heraanbesteding)
  • ECLI:NL:HR:2015:1192, HR 1 mei 2015 (Arbeidsrecht; Flextronics; Inhoud en strekking art. 7:672 BW)
  • ECLI:NL:HR:2014:3126, HR 7 november 2014 (Ontslagrecht, eisen waaraan een ontslag op staande voet moet voldoen).
  • ECLI:NL:HR:2014:946, HR 18 april 2014 (Opknippen van loonvordering door deelvonnis raakt de appellabiliteit niet )
  • ECLI:NL:HR:2014:830, HR 4 april 2014 (Arbeidsrecht; overgang van onderneming, contractuele band, behoud van identiteit)
  • ECLI:NL:HR:2013:2128: HR 20 december 2013 (Arbeidsrecht; loondoorbetaling bij ziekte; overlegging deskundigenoordeel)
  • LJN: BY 2241, HR 14 december 2012, (Arbeidsrecht, ontslag op staande voet, onverwijldheid van het ontslag, omvang geding)
  • LJN: BX 7588, HR 12 oktober 2012, (Na finale kwijting in vaststellingsovereenkomst recht op betaling niet uitgeoefende opties?)
  • LJN: BW4896, HR 21 september 2012 (Herroeping. Uitleg art. 388 lid 2 Rv. Reikwijdte. Mogelijkheid van doorbreking appelverbod)
  • LJN: BU8514. HR 30 maart 2012 (Arbeidsrecht, doorbetaling loon, arbeidsovereenkomst, devolutieve werking appel)
  • LJN: BP9991, HR 27 mei 2011 (Arbeidsrecht, beroepsziekte, werkgeversaansprakelijkheid, bewijsrecht)
  • LJN: BP5620, HR 15 april 2011 (Burgerlijk procesrecht, ontbinding arbeidsovereenkomst, hoor- en wederhoor)
  • LJN: BP4804, HR 8 april 2011 (Arbeidsrecht; kennelijk onredelijk ontslag
  • LJN: BM7041, HR 10 september 2010 (Arbeidsrecht, RSI, aanvang verjaring beroepsziekte)
  • LJN: BJ9069, HR 11 december 2009 (Arbeidsrecht, de beschikking over ontbinding tijdens de opzegtermijn)
  • LJN: BH0387, HR 24 september 2009 (Ontslag op staande voet; medegedeelde dringende reden fixeert ontslaggrond)
  • LJN: BD2408, HR 11 juli 2008, (Arbeidsrecht)
  • LJN: BB6175, HR 1 februari 2008 (M./Akzo Nobel; Arbeidsrecht/Arbeidsongeval)
  • LJN: BB5924, HR 11 januari 2008 (Arbeidsrecht)
  • LJN: BB6178, HR 30 november 2007 (K./NCM; werkgeversaansprakelijkheid)
  • LJN: BB5625, HR 7 november 2007 (T./Shell; werkgeversaansprakelijkheid)
  • LJN: AD9124, HR 12 april 2002 (H./De Branding; arbeidsrecht/letselschade)
  • LJN:AA3383, HR 24 september 1999 (Arbeidsrecht; ontbinding met terugwerkende kracht; doorbreking appelverbod 7:685 BW)

Bezoekadres: Statenlaan 28, 2582 GM ’s-Gravenhage.  Postadres: Postbus 82228, 2508 EE ’s-Gravenhage;  Telefoon: +31(0)70 – 358 94 79 en +31(0)70 – 568 00 02;  Fax: +31(0)70 – 358 51 97. Klik hier voor Google maps en een routebeschrijving.