Cassatie (civiel) bij de Hoge Raad, wat is dat?

Cassatie (civiel) bij de Hoge Raad der Nederlanden, wat wordt daar onder verstaan?

Cassatie, cassatieadvies, cassatieprocedure, cassatieadvocaat, second opinion, conclusie advocaat-generaal en de Hoge Raad zijn woorden en begrippen die niet dagelijks in het nieuws komen. Om die reden kunnen die begrippen wel enige toelichting gebruiken.

WP_20160720_019[1]

 

Cassatie komt aan de orde indien u in hoger beroep ongelijk heeft gekregen. In een cassatieadvies wordt onderzocht in hoeverre een cassatieprocedure zin heeft. Dat onderzoek kan niet door elke advocaat in Nederland worden gedaan. Een cassatieadvocaat is een speciaal daartoe opgeleide en gekwalificeerde specialist die zich volledig in de cassatietechniek heeft bekwaamd. Zie voor onze ervaring en expertise ons trackrecord.

Cassatieadvocaten adviseren ook met een zekere regelmaat dat er, in hun visie, in een bepaalde zaak geen kansen in cassatie zijn. In dat geval kan het raadzaam zijn om een second opinion in te winnen. Hoe het één en ander in zijn werk gaat zal hierna verder uiteen worden gezet. indien u vragen heeft kunt u altijd vrijblijvend met ons contact opnemen.

Wat is cassatie?

In een aantal procedures is het mogelijk om van een uitspraak van de kantonrechter of van een andere civiele rechter van de rechtbank (wij noemen dat de eerste aanleg) in hoger beroep te komen bij een gerechtshof. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep kan een zaak geheel opnieuw inhoudelijk aan de rechter in hoger beroep worden voorgelegd. Hoger beroep is dus een volledig nieuwe toetsing, waarbij nieuwe stellingen en weren kunnen worden aangevoerd. In cassatie kan dat laatste in beginsel niet meer. cassatie is dan ook geen volledige inhoudelijke toetsing meer. het gaat – heel kort gezegd om – of het hof het recht goed heeft toegepast en of de uitspraak begrijpelijk is en goed gemotiveerd. De Hoge Raad heeft zelf een instructiefilm gemaakt waarin in heldere taal wordt uitgelegd wat de Hoge Raad wel doet en vooral ook wat niet. Klik hier voor die film.

Cassatietermijn

Cassatie is in veel gevallen een beroep bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van een gerechtshof. In sommige gevallen kan ook van een uitspraak van de kantonrechter of van de rechtbank rechtstreeks in cassatie worden gekomen.
Dit alles moet wel binnen de daartoe gestelde termijn worden gedaan. Wat die termijn is kunt u het beste aan uw advocaat vragen. Die is soms 3 maanden te rekenen vanaf de uitspraak maar kan ook korter zijn. Voor een kort geding is de cassatietermijn 8 weken, voor een geschil over een handelsnaam één maand en voor een faillissement of een WSNP-zaak 8 dagen. Termijnen zijn van openbare orde, dat wil zeggen dat overschrijding daarvan vrijwel altijd leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. Het is dus zaak dat u tijdig een cassatieadvocaat benadert. Die heeft immers ook tijd nodig om te kijken of er mogelijkheden zijn en om vervolgens een cassatiemiddel te formuleren. Het instellen van cassatieberoep op nader aan te voeren gronden is niet mogelijk. Een cassatiedagvaarding of -verzoekschrift dient al direkt het cassatiemiddel, dus de gronden van het cassatieberoep te bevatten. Ook dáárvoor heeft een advocaat voldoende tijd nodig.

WP_20160720_011[1]

Wanneer cassatie?

Een cassatieprocedure kan zelden iets repareren wat een partij zelf in hoger beroep heeft verzuimd. Heeft een procespartij in hoger beroep steken laten vallen, dan is dat dus in cassatie doorgaans irreparabel. In cassatie wordt geoordeeld op de processtukken uit de feitelijke instanties. Er mogen in beginsel geen nieuwe feiten en weren worden aangevoerd. Als vuistregel kan worden aangenomen, dat alleen datgene wat mis is gegaan bij de beoordeling door het Hof in cassatie kan worden aangetast. Dat kan zijn omdat het Hof het recht heeft geschonden, dus het recht verkeerd heeft toegepast. De andere mogelijkheid voor cassatie doet zich voor wanneer het oordeel van het hof in het licht van de processtukken onbegrijpelijk is.

Nieuwe feiten mogen echter wel worden aangevoerd indien er sprake is van een procesrechtelijke misser bij het hof, bijvoorbeeld een fout in de oproeping, In dat geval is het zelfs raadzaam om de bewijsstukken van de foute oproeping in het geding te brengen.

In enkele gevallen mogen ook nieuwe juridische grondslagen worden aangevoerd, bijvoorbeeld indien het hof die ambtshalve had moeten toepassen.

Waarom eerst een cassatieadvies?

Zoals we hiervoor hebben gezien, is een procedure bij de Hoge Raad geen volledige derde instantie. De Hoge Raad toetst slechts beperkt, namelijk of de appèlrechter de juiste rechtsregels heeft toegepast en of de uitspraak in het licht van de gedingstukken (wat de partijen hebben aangevoerd) begrijpelijk is. In een cassatietoetsing moet dus worden gekeken naar wat er is aangevoerd en of het Hof daarmee op een juiste wijze is omgegaan.
Juist vanwege de beperkte mogelijkheden in cassatie moet eerst worden gekeken of na bestudering van het procesdossier niet op voorhand duidelijk is dat er geen mogelijkheden zijn om met succes beroep in cassatie in te stellen. In een dergelijk geval dient immers de cliënt onnodige proceskosten te worden bespaard. Wanneer een advocaat in dat geval toch beroep in cassatie zou moeten instellen, dan zou die als het ware bij de Hoge Raad moeten bepleiten dat koeien paars zijn, omdat dit blijkt uit een televisiereclame voor een chocolademerk. Eenieder weet dat er geen paarse koeien bestaan. Aldus wordt een argument gevoerd waarvan op voorhand duidelijk is dat dit geen kans van slagen heeft.
Bij de advisering wordt ook gekeken naar de vraag of de procedure na verwijzing enige kans van slagen heeft. Immers, indien dat niet zo is, dan is het cassatieberoep veelal zinloos omdat het belang ontbeert. Ook door de Hoge Raad wordt in toenemende mate een cassatieberoep wegens gebrek aan belang verworpen.

WP_20160720_014[1]

Een quickscan?

Met een zekere regelmaat wordt ons gevraagd of wij op basis van de uitspraak van het hof kunnen kijken ‘of er iets in zit’. Ons kantoor is daar terughoudend in. Wij kunnen naar de aard zonder dossier niet beoordelen of het hof zijn werk goed heeft gedaan. Vaak ziet een uitspraak er op het eerste gezicht goed uit. Een negatief advies op basis van uitsluitend de uitspraak waartegen maakt de kans aanzienkijk dat op die manier een onjuist advies wordt gegeven.

Begrijpelijkerwijs wil men de kosten zo beperkt mogelijk houden en een doorwrocht cassatieadvies (ook één dat aangeeft dat er geen kansen zijn) kost nu eenmaal tijd, dus ook geld.

Een dergelijke ‘quickscan’, dus uitsluitend op basis van de (eind)uitspraak van het hof, levert dus een aanzienlijke foutkans op en heeft aldus nauwelijks toegevoegde waarde. Om die reden ontraadt ons kantoor dan ook een dergelijke wijze van adviseren.

Voor een advies is dus – wat ons betreft – altijd het onderliggende (complete) procesdossier in feitelijke instanties noodzakelijk. Uiteraard kunnen er afspraken worden gemaakt over de aard en omvang van de werkzaamheden. Een advies op basis van uitsluitend de (eind)uitspraak van het hof of op basis van een deel van het dossier geeft ons kantoor echter niet.

Wat gebeurt er in geval van een negatief cassatieadvies?

In geval van een negatief cassatieadvies koppelt ons kantoor daar de consequentie aan dat er door ons kantoor géén cassatieberoep zal worden ingesteld. Behoudens gevallen waarin een partij kort voor het verstrijken van de cassatietermijn nog advies vraagt, bestaat dan de mogelijkheid om aan een andere cassatieadvocaat een second opinion te vragen. U wordt aangeraden, indien u voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking komt of indien u voor kosten van rechtsbijstand verzekerd bent, bij de betrokken instantie vooraf te informeren of die mogelijkheid in het voorkomende geval ook wordt vergoed.

Wat gebeurt er in geval van een positief cassatieadvies?

In dat geval dient de cliënt nog een nadere opdracht te geven voor het daadwerkelijk instellen van het beroep. Afhankelijk van de soort procedure wordt er vervolgens een cassatieverzoekschrift of een cassatiedagvaarding opgesteld. Daarin moeten alle klachten (de zogenaamde middelen) al worden opgenomen. Cassatieberoep op nader aan te voeren gronden leidt tot niet-ontvankelijkheid van dat beroep en is dus zinloos. Voor wat betreft de kosten hangt het er vanaf of er door het hof een evidente juridische fout is gemaakt, waardoor kan worden volstaan met een kort en bondig cassatiemiddel.
Is er sprake van een onbegrijpelijk oordeel en moeten er motiveringsklachten worden geformuleerd, dan kan dat aanmerkelijk tijdrovender zijn. Dat scheelt dus in de kosten.

Het cassatiemiddel

In de uitspraak van de Hoge Raad van 24 mei 2012, LJN CA0828, zet de Hoge Raad nog eens uiteen waaraan een cassatiemiddel op straffe van niet-ontvankelijkheid aan moet voldoen:

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 Volgens vaste rechtspraak dient een cassatiemiddel, dat moet zijn opgenomen in de cassatiedagvaarding of het cassatieverzoekschrift, te vermelden tegen welke oordelen het is gericht en waarom door de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden.  Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding. Dit alles lijdt slechts dan uitzondering, indien het een rechtsklacht betreft en – zo nodig mede uit de gedingstukken – zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- en/of motiveringsklachten de rechtsstrijd in cassatie heeft aanvaard. (Zie voor het vorenstaande HR 5 november 2010, LJN BN6196, NJ 2013/124, en HR 8 februari 2013, LJN BY2639, NJ 2013/125.)

Het formuleren van een cassatiemiddel is dus precisiewerk. Waar in het cassatieadvies is uitgezocht of er kansen zijn in cassatie en zo ja op welke grond(en), komt het er vervolgens nog op aan dat dit op juiste wijze in een middel wordt geformuleerd. Juist om die reden heeft de wetgever in 2012 bepaald dat het formuleren daarvan is voorbehouden aan daartoe gespecialiseerde advocaten.

cassatie-19

De verdere procedure; verweer of niet?

Voor een dagvaardingsprocedure geldt dat de zaak op de ´rol´ van de Hoge Raad moet worden geplaatst. Vervolgens krijgt de gedaagde partij de gelegenheid zich over de zaak uit te laten. Nadien kan in een schriftelijke toelichting de zaak nog nader worden toegelicht. Nieuwe klachten of gronden kunnen daarbij niet meer worden aangevoerd.
Daarbij doet zich de vraag voor of er verweer gevoerd moet worden. Anders dan bijvoorbeeld in eerste aanleg betekent het niet voeren van verweer in cassatie niet dat de eisende partij dan doorgaans bij verstek zijn vordering krijgt toegewezen. De Hoge Raad beoordeelt de aangevallen uitspraak op de aangevoerde middelen. Wanneer een beroep bij voorbaat kansloos is of zeker gaat slagen kan het uit proceseconomische overwegingen dus aan te raden zijn om geen verweer te voeren.

Cassatieadvies voor een verwerende partij?

Niet alleen vanwege het kostenaspect kan het raadzaam zijn als verwerende partij op voorhand een cassatieadvies te vragen. Ook kan het voor het verdere verloop van de procedure van belang zijn om de aangevallen uitspraak vernietigd te krijgen op één of meer punten waarin de verwerende partij ongelijk heeft gekregen. De verwijzingsrechter is immers gebonden aan die overwegingen van de uitspraak van het hof waartegen geen klachten zijn gericht. Als de verwerende partij dus deels ongelijk heeft gekregen kan het van belang zijn om zelf ook cassatieberoep in te stellen. Dat kan bij conclusie van eis of bij verweerschrift, afhankelijk van de soort procedure.

Een bijzonder voorbeeld van een noodzaak tot incidenteel cassatieberoep

Een voorbeeld waarbij het van belang was om incidenteel cassatieberoep in te stellen was de uitspraak HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0729. In die zaak was de aansprakelijkheid van een opdrachtnemer slechts aangenomen voor één van de twee aansprakelijkheidsgronden (nietige dividenduitkering)  en was de cliënt op basis daarvan verwezen naar de schadestaatprocedure.  Voor de schadestaatprocedure was echter ook van belang het niet-adviseren van een due-diligence onderzoek. Om die reden is er  dus incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Bijkomend probleem was dat partijen niet zijn gebaat bij een vernietiging en terugverwijzing bij het slagen van dat incidentele cassatieberoep. Er dient dan immers (ook) een schadestaatprocedure te volgen en vernietiging en terugverwijzing zou dan alleen nog maar een extra ronde betekenen.  A-G Spier stelt in zijn conclusie naar aanleiding van het ingestelde incidentele cassatieberoep voor om niet te vernietigen en te verwijzen, maar om de – onjuiste – uitspraak alsnog juist uit te leggen, zodat daarvan in de direct daarop te starten schadestaatprocedure kan worden uitgegaan. De Hoge Raad doet dat als volgt:

3.2.3 Het hof heeft het tegen dit vonnis ingestelde beroep verworpen. Hetgeen het hof daartoe heeft overwogen, dient – samengevat weergegeven – als volgt te worden verstaan.

[eiseres] is toerekenbaar tekortgeschoten in de behoorlijke nakoming van de uit de opdracht voor haar voortvloeiende verplichtingen omdat zij [verweerster] ten onrechte niet heeft geadviseerd een due diligence-onderzoek naar de Vennootschap te doen instellen. Bovendien was het hiervoor in 3.1 onder (v) bedoelde besluit tot dividenduitkering nietig. Dit besluit was van beslissend belang voor het definitief doorgaan van de transactie. [eiseres] is bij de totstandkoming van dit besluit, en bij de verdere gang van zaken daarna, zo nauw betrokken geweest dat zij [verweerster] had behoren te waarschuwen voor de nadelige gevolgen van dit besluit voor de Vennootschap. Omdat zij dit heeft nagelaten, is [eiseres] ook in zoverre tekortgeschoten in de behoorlijke uitvoering van haar opdracht. Mede in aanmerking genomen dat het condicio-sine-qua-non-verband tussen deze beide toerekenbare tekortkomingen en de door [verweerster] gevorderde schadevergoeding vaststaat, is de mogelijkheid dat [verweerster] schade heeft geleden als gevolg van deze tekortkomingen voldoende aannemelijk om verwijzing van partijen naar de schadestaat te rechtvaardigen. Hetgeen partijen verder verdeeld houdt kan thans onbehandeld blijven, aldus nog steeds het hof.

Thans kunnen partijen dus met een juiste uitleg van het arrest van het hof een schadestaatprocedure beginnen.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof

De Hoge Raad kan de zaak in sommige gevallen zelf afdoen. Vaker wordt de zaak naar een ander Hof verwezen. Die moet dan over de zaak opnieuw beslissen met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad. In feite gaat dan de procedure verder in de staat waarin die was vóór het wijzen van de vernietigde uitspraak.

cassatie-22

Wetgeving per 1 juli 2012: artikel 80a RO naast artikel 81 RO

Per 1 juli 2012 is een nieuwe wet in werking getreden die een wijziging aanbrengt in, onder meer, het (civiele)procesrecht bij de Hoge Raad. Het artikel geeft de Hoge Raad de bevoegdheid om, gehoord de P-G, het beroep aanstonds, dat wil zeggen zonder dat eerst de gehele procedure wordt doorlopen, niet ontvankelijk te verklaren wanneer de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat er kennelijk onvoldoende belang is of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Voordien had de Hoge Raad reeds de mogelijkheid om een beroep aan het slot van de procedure met toepassing van artikel 81 RO met een verkorte motivering af te doen. Van deze mogelijkheid werd in de laatste jaren door de Hoge Raad al veelvuldig gebruik gemaakt. Ook hierom is het van het grootste belang dat vooraf goed de haalbaarheid van een cassatieberoep wordt onderzocht, teneinde zoveel mogelijk onnodige kosten te voorkomen. De eerste ontwikkelingen wijzen er op dat alle civiele zaken op toepasselijkheid worden getoetst en dat de Hoge Raad dit artikel 80a RO terughoudend toepast. Indien en zaak met toepassing van dit artikel niet-ontvankelijk wordt verklaard en de wederpartij is verschenen, dan wordt, indien een proceskostenveroordeling aan de orde is, eenzelfde kostenveroordeling opgelegd (om dagvaardingsprocedures doorgaans € 2.200,= + griffierecht), als zou zijn opgelegd indien de zaak inhoudelijk zou zijn bepleit en vervolgens verloren.

Kosten, gefinancierde rechtshulp en rechtsbijstandsverzekering

Ook aan een cassatieadvies zijn kosten verbonden. Dat komt omdat er voorafgaand aan een advies al een uitvoering onderzoek moet worden verricht. Dat beperkt zich niet tot het procesdossier, maar ook tot onderzoek in juridische literatuur en jurisprudentie. Met ons kantoor kunnen prijsafspraken worden gemaakt voor advies en voor de behandeling van de zaak. Uiteraard zullen de omvang van het dossier evenals de daaruit voortvloeiende werkzaamheden van invloed zijn op de kosten. Ons kantoor doet ook cassatiezaken op basis van gefinancierde rechtshulp. Ook behandelt ons kantoor regelmatig cassatiezaken voor rechtsbijstandverzekeraars. Aan cliënten kan vooraf een voorschot worden gevraagd.
Ons kantoor hanteert uurtarieven die gebruikelijk zijn voor een klein gespecialiseerd nichekantoor. Daarnaast zijn vaste prijzen voor de behandeling van de gehele zaak bespreekbaar.
Bij de behandeling van de zaak is het gebruikelijk om een zaak door een tweede cassatieadvocaat van de cassatiesectie te laten ‘tegenlezen’. Dit voorkomt zoveel mogelijk het optreden van een tunnelvisie.

cassatie-4

Gronden voor cassatie

In cassatie kunnen, als gezegd, geen nieuwe feiten worden aangevoerd. Getoetst wordt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak in het licht van de gedingstukken begrijpelijk is. Waar moet u dan aan denken? Schending van een rechtsregel behoeft geen betoog: daarvan is sprake wanneer het hof het recht verkeerd heeft toegepast.
Een voorbeeld is in dit verband: HR 8 juli 2005, NJ 2006, 22 (LJN: AT3097):
“Uit de door de Hoge Raad in zijn arrest van 15 april 1994, NJ 1995, 614, m.nt. CJHB, aanvaarde maatstaf dat indien een (tweedehands) auto wordt gekocht om daarmee, naar de verkoper bekend is, aan het verkeer deel te nemen, als regel moet worden aangenomen dat de auto “niet beantwoordt aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren,” kan niet het omgekeerde volgen.”
Een uitspraak is onbegrijpelijk wanneer een essentiële stelling, die voor de beslissing van belang kan zijn, onbehandeld is gebleven. Ook kan het hof met de feiten op de loop zijn gegaan.
Dit alles was het geval in HR 23 december 2005 RvdW 2006, 21 (LJN: AU7494). Niet alleen had het hof guldens voor euro’s verwisseld en was daar vervolgens mee gaan rekenen. Ook had het hof kennelijk de essentiële stelling dat de nieuwe partner niet kon werken omdat zij niet over een geldige verblijfstitel beschikte onbesproken gelaten. Hoewel dat door geen van beide partijen was aangevoerd, oordeelde het hof dat die nieuwe echtgenote de verplichte inburgeringcursus wel in de avonduren kon volgen, zodat zij overdag door werken in eigen onderhoud kon voorzien. Het hof trad aldus (ook) buiten het debat van partijen.

Geen nova in cassatie: betrek een cassatieadvocaat bij het hoger beroep

Behalve een zuivere rechtsvraag kunnen geen nieuwe juridische argumenten voor het eerst in cassatie naar voren worden gebracht. Het is dus van belang dat de ‘tools’ voor een eventuele procedure in cassatie in de appelprocedure al zijn ingebracht. Het kan dan ook raadzaam zijn om reeds bij het opstellen van een memorie van grieven of van antwoord een cassatieadvocaat te raadplegen. Het hof mag niet een verweer ‘lezen ‘in de stukken dat feitelijk niet als zodanig is gevoerd maar daar wel uit kan worden afgeleid. Het moet dus zijn aangevoerd wil er in cassatie voldoende feitelijke grondslag zijn.

Wat gebeurt er als een rechter een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad stelt?

Zeker in een rechtsgebied waarin onduidelijkheid bestaat – bijvoorbeeld omdat er net een nieuwe wet is ingevoerd waarover vragen van uitleg rijzen – kan het voorkomen dat een kantonrechter, een rechtbank of een gerechtshof prejudiciële vragen stelt aan de Hoge Raad. De lagere rechter houdt dan de zaak aan en formuleert dan vragen van uitleg aan de Hoge Raad. Partijen mogen zich – door tussenkomst van een cassatieadvocaat – daar ook over uitlaten. In de praktijk maken partijen van die mogelijkheid ook veelvuldig gebruik. Wanneer de hoge Raad zich vervolgens heeft uitgesproken zet de lagere rechter de zaak weer voort. Deze route voorkomt dat in veel voorkomende zaken al die zaken eerst tot aan de Hoge Raad moeten worden uitgeprocedeerd. In de praktijk worden soortgelijke zaken ook aangehouden in afwachting van beantwoording van de vragen door de Hoge Raad. Een voorbeeld van de beantwoording van een prejudiciële vraag vindt u in ECLI:NL:HR:2014:2935. Uiteraard zijn wij u als cassatieadvocaat ook in een dergelijke procedure graag van dienst.

De cassatiesectie van Alt Kam Boer advocaten

De oprichting van de cassatiesectie door mr. dr. Jan Wouter. Alt dateert van tot 15 maart 1996 en bestaat dit jaar dus 20 jaar.

De advocaten van de cassatiesectie van Alt Kam Boer zijn:

Zie voor de specifieke aandachtsgebieden het tabblad Advocaten‘. Juist door deze omvang is de continuïteit gewaarborgd. Bovendien kan ons kantoor voldoen aan de per 1 juli 2012 geldende vakbekwaamheidseisen voor civiele cassatieadvocaten.Zie voor voorbeelden per onderwerp ons track record .

Profiel van een civiele cassatieadvocaat

Een civiele cassatieadvocaat is een specialist in het civiele procesrecht. Daarnaast dient hij generalist te zijn, omdat hij telkens weer een ander deelgebied ter beoordeling krijgt. Daarbij dient te worden bedacht dat dossiers en juridische problematiek zich vaak niet beperken tot één rechtsgebied. Cassatieadvocatuur is juridische topsport en kan om die reden niet incidenteel even ‘erbij’ worden gedaan.

Nadere informatie:

U kunt contact opnemen met mr. H.J.W. Alt (alt@altkamboer.com) of één van de andere leden van de cassatiesectie voor nadere informatie of in verband met een cassatieadvies. Wacht U, gelet op de mogelijkheid van een second opinion, daarmee niet tot de cassatietermijn bijna verstreken is.

Trackrecord van de cassatiesectie van Alt Kam Boer advocaten

Alt Kam Boer is een kantoor met een zeer ruime ervaring op het gebied van civiele cassatieprocedures bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Wij kunnen dat ook laten zien. Sinds 1999 worden uitspraken van de Hoge Raad gepubliceerd op de website rechtspraak.nl. In dat kader volgen hieronder enige voorbeelden van door ons kantoor behandelde zaken die op rechtspraak.nl te vinden zijn. Klik op het LJN- of ECLI-nummer om de bewuste uitspraak te bekijken. Hieruit blijkt dat de cassatiesectie van Alt Kam Boer alle voorkomende civiele cassatie behandelt (met uitzondering van onteigeningszaken). Zie deze uitspraken gerangschikt op rechtsgebied op ons trackrecord.

Hierna volgen enige uitspraken in chronologische volgorde waar ons kantoor als (cassatie)advocaat bij betrokken was :

  • ECLI:NLHR:2017:2620: HR 13 oktober 2017, Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondercuratelestelling; vervanging curator. Toereikende procesvolmacht advocaat? Schending hoor en wederhoor. ‘Samenhang’ in zin art. 223 Rv. Belang bij cassatieklachten. Verwijzing naar HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2562.
  • ECLI:NLHR:2017:2560: HR 6 oktober 2017: Huurrecht. Caribische zaak. Art. 7:226 BW Sint Maarten (‘koop breekt geen huur’). Overdracht van gedeelte van verhuurd perceel. Gaan rechten uit huurovereenkomst over op verkrijger van dat gedeelte? Gevolgen voor betaling huurprijs. Overgangsrecht. Concordantiebeginsel.
  • ECLI:NL:HR:2015:2452, HR 22 september 2017, Beroepsaansprakelijkheid accountant. Waarschuwingsplicht. Belang oordeel tuchtrechter voor oordeel over aansprakelijkheid, motivering. Causaal verband tussen ontbreken waarschuwing en schade, motivering.
  • ECLI:NL:HR:2017:1350, HR 14 juli 2017, Personen- en familierecht; alimentatie. Wijziging van bij echtscheidingsconvenant overeengekomen partneralimentatie. Uitleg van het verzoek van de man in hoger beroep.
  • ECLI:NL:HR:2017:1203: Hoge Raad 30 juni 2017, WSNP. Kan de termijn van de schuldsaneringsregeling worden verlengd, ook als de schuldenaar heeft voldaan aan zijn (door de rechter-commissaris verlichte) inspanningsverplichtingen? Art 349a Fw; belangen van schuldeisers.
  • ECLI:NL:HR:2017:1142, Hoge Raad 23 juni 2017, Opdracht, aanneming van werk. Geschil over redelijke prijs voor uitgevoerde werkzaamheden; art. 7:752 BW. Miskenning van gewekte verwachtingen? Strijd met goede procesorde? Waardering deskundigenbericht.
  • ECLI:NL:HR:2017:1035, Hoge Raad, 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1035, Hoge Raad, Personen- en familierecht. Na echtscheiding heeft het hof de hoofdverblijfplaats van het kind bepaald bij de adoptief-moeder. Klachten biologische moeder. Passeren essentiële stelling..
  • ECHI:NL:HR:2017:981: Hoge Raad 2 juni 2017,:Huwelijksgoederenrecht. Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap. Motiveringsklacht.
  • ECLI:NL:HR:2017:934, Hoge Raad 19 mei 2017,Personen- en familierecht. Alimentatie. Vaststelling draagkracht. In redelijkheid te verwerven inkomsten directeur-grootaandeelhouder. Naast salaris kan ook vennootschapswinst een rol spelen; HR 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1335, NJ 2014/297.
  • ECLI:NL:HR:2017:571, Hoge Raad 31 maart 2017 Arbeidsrecht. Mogelijkheid van voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst. Herstel van een onjuistheid in de Mediantbeschikking (HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998). Overweging ten overvloede over de vraag of ook de appel- of verwijzingsrechter bevoegd is de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst uit te spreken.
  • ECLI:NL:HR:2017:693, Hoge Raad, 14 april 2017, Pensioenverevening, art. 2 lid 1 Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Pensioen in eigen beheer. Verplichting tot afstorting; HR 9 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2658, NJ 2007/306. Onvoldoende kapitaal. Verdeling tekort naar evenredigheid.
  • ECLI:NL:HR:2017:567, Hoge Raad 31 maart 2017, Contractenrecht. Verkoop van huis onder financieringsvoorbehoud. Verkoper accepteert beroep van koper op dit voorbehoud. Heeft verkoopmakelaar recht op courtage voor zijn bemiddeling? Hoge Raad doet zelf de zaak af
  • ECLI:NL:HR:2017:564, Hoge Raad 31 maart 2017, Arbeidsrecht. Uitleg cao voor de Groothandel in Levensmiddelen. Functiewaardering en beloning; betekenis indeling in functiegroep en salarisniveau voor recht op structurele salarisverhoging
  • ECLI:NL:HR:2017:487, Hoge Raad 24 maart 2017, Personen- en familierecht. Vervangende toestemming om met kind naar buitenland te verhuizen.Art. 1:253a BW. Verwijzing naar HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901, NJ 2008/414.
  • ECLI:NL:HR:2017:404, Hoge Raad 10 maart 2017, Arbeidsrecht, beroepsaansprakelijkheid (cassatie)advocaat, Cassatieprocesrecht. Beroepsaansprakelijkheid advocaat voor ondeugdelijk cassatiemiddel? Moest in cassatiemiddel worden verwezen naar passage in bij grieven overgelegde productie, waarnaar bij grieven niet was verwezen?
  • ECLI:NL:HR:2017:411.,Hoge Raad 10 maart 2017, Procesrecht. Vordering met betrekking tot processueel ondeelbare rechtsverhouding (boedelbeschrijving en verdeling nalatenschap). Te dagvaarden partijen; HR 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0405, NJ 1992/34. Gelegenheid tot herstel op de voet van art. 118 Rv; HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7840, NJ 2013/290, en HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:183. Nieuwe regels voor dagvaardingsprocedure; uitzondering op art. 136 Rv en op regel dat een rechtsmiddel uitsluitend kan worden ingesteld tegen wederpartij. Omvang gezag van gewijsde. Hoge Raad komt terug van regel aanvaard in HR 21 november 1952, ECLI:NL:HR:1952:AG1994, NJ 1953/468, HR 27 juni 1975, ECLI:NL:HR:1975:AC5606, NJ 1976/62, en HR 3 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9618, NJ 2002/393.
  • ECLI:NL:HR:2017:360Hoge Raad 3 maart 2017, Familierecht, Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Draagkracht ouder die kindgebonden budget ontvangt; betekenis prejudiciële beslissing HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011, NJ 2015/465. Onjuiste rechtsopvatting hof.
  • ECLI:NL:HR:2017:305, Hoge Raad 24 februari 2017, Contractenrecht. Koop motorblok voor races met tijdelijke bruikleen vervangend motorblok. Schuldeisersverzuim? Motivering oordeel dat verklaring ter comparitie onvoldoende is weersproken. Grenzen rechtsstrijd.
  • ECLI:NL:HR:2017:274, Hoge Raad 17 februari 2017, Verzekeringsrecht. Aansprakelijkheid verzekeringstussenpersoon voor onjuiste opgave (eigen bewoning i.p.v. verhuur) bij aangaan brandverzekering. Schade, causaal verband. Bestemmingswijziging, hennepkwekerij, ontbreken bekendheid bij verzekerde; verhouding art. 293 (oud) WvK en contractuele regeling mededelingsplicht risicowijziging in polisvoorwaarden.
  • ECLI:NL:HR:2017:208, Hoge Raad 10 februari 2017, Onrechtmatige daad. Schadeberekening in geval van ‘total loss’-verklaarde auto. Kan hiervoor afschrijvingsmethode worden gehanteerd? Waarde in het economisch verkeer van de zaak ten tijde van het verlies. Verweer dat met de vergoeding niet de schade wordt vergoed.
  • ECLI:NL:HR:2017:140, Hoge Raad 3 februari 2017, Ontbinding huurkoop- en huurovereenkomst met betrekking tot restaurant. Waardevergoeding in plaats van ongedaanmaking (art. 6:272 BW). Verboden aanvulling van de feiten (art. 24 Rv). Bevrijdend verweer. Passeren van bewijsaanbod. Miskenning van onderbouwd verweer.
  • ECLI:NL:HR:2017:161, Hoge Raad 3 februari 2017, Huwelijksgoederenrecht. Afwikkeling van niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding ten aanzien van de aan een van de echtgenoten toebehorende echtelijke woning. Verzuim om toepassing te geven aan het bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW
  • ECLI:NL:HR:2017:163, Hoge Raad 3 februari 2017, Kinderalimentatie. Verdeling draagkracht onderhoudsplichtige over kinderen uit twee relaties. Onderhoudsplicht nieuwe partner. Lagere behoefte van kinderen in ander land. 
  • ECLI:NL:HR:2017:110, Hoge Raad 27 januari 2017, WSNP. Tussentijdse beëindiging (art. 350 Fw) zonder schone lei. Zijn de tekortkomingen aan de schuldenaar toerekenbaar (art. 354 Fw)? Nalatigheid bewindvoerder om aanvragen van beschermingsbewind “nauwgezet te monitoren”; gevolgen voor het verloop van de schuldsanering.
  • ECLI:NL:HR:2016:2987, Hoge Raad 23 december 2016, Medische aansprakelijkheid. Netvliesloslating bij te vroeg geboren kind. Mislukte controle. Vraag wanneer nieuwe controlepoging had moeten plaatsvinden, essentiële stellingen. Vraag wat er bij tijdige controle gebeurd zou zijn. Condicio sine qua non-verband. Kansschade.
  • ECLI:NL:HR:2016:2884, Hoge Raad 16 december 2016:  15/04494 contractenrecht. Koopovereenkomst woning met agrarische bestemming. Uitleg gedingstukken; beroep op dwaling (art. 6:228 BW)? Verhouding mededelingsplicht en onderzoeksplicht; eigen schuld, art. 6:101 lid 1 BW
  • ECLI:NL:HR2016:2886: Hoge Raad 16 december 2016 Arbeidsrecht; loonvordering na ontslag op staande voet in kort geding
  • ECLI:NL:HR:2016:2757: Hoge Raad 2 december 2016, Arbeidsrecht. Is sprake van arbeidsovereenkomst(en)? Volgens ‘werkgever’ geëindigde uitzendovereenkomst. Strekking van art. 7:690 BW (HR 4 november 2016; ECLI:NL:HR:2016:2356). Is sprake geweest van opvolgend werkgeverschap (art. 7:667 lid 5 en art. 7:668a lid 2 (oud) BW)?
  • ECLI:NL:HR:2016:2287, Hoge Raad 7 oktober 2016, (contractenrecht, verborgen gebreken, bodemsanering). Contractenrecht. Koopovereenkomst oude boerderij. Garantie dat boerderij de eigenschappen bezit die nodig zijn voor bewoning met gezin; betekenis daarvan in het licht van zichtbare bouwkundige gebreken en achterstallig onderhoud. Bodemverontreiniging waarvoor geen saneringsverplichting bestaat. Wanprestatie (art. 7:17 BW)? Uitleg van memorie van grieven. Mededelingsplicht verkoper, onderzoeksplicht koper.
  • ECLI:NL:HR:2016:2234, Hoge Raad 30 september 2016 (Familierecht, alimentatie jong meerderjarige).
  • ECLI:NL:HR:2016:2047Hoge Raad 9 september 2016, (Erfrecht, bewijsrecht); Bij de beoordeling van de onderdelen wordt vooropgesteld dat het in dit geval gaat om de vraag of de toentertijd 77-jarige erflater, die iets meer dan twee maanden voor zijn overlijden zijn testament heeft gewijzigd in die zin dat hij een derde – met wie hij geen affectieve relatie had – bevoordeelde ten nadele van zijn dochters, in staat was zijn wil in vrijheid te vormen. De stelplicht en bewijslast van de stelling dat de erflater daartoe niet in staat is, rusten op degene die deze stelling aanvoert. In de regel voldoet de desbetreffende partij aan haar stelplicht door een voldoende onderbouwde medische verklaring in het geding te brengen die deze stelling ondersteunt.
  • ECLI:NL:HR:2016:1510, Hoge Raad 8 juli 2016, (Familierecht, procesrecht). Hof merkt een vóór het bekend worden van een rapport een brief van appellant aan als reactie daarop en stelt de overige belanghebbenden nog wel in de gelegenheid om op dat rapport te reageren, maar weigert reacties op dat rapport van appellant. Dat levert schending van artikel 19 Rv en schending van hoor- en wederhoor op)
  • ECLI:NL:HR:2016:1134, Hoge Raad 10 juni 2016, (Pensioenrecht. Werkgever zegt uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds op. Geschil over betalingsverplichtingen werkgever jegens pensioenfonds. Art. 23 en 25 lid 1, aanhef en onder h, Pensioenwet. Uitleg uitvoeringsovereenkomst; Haviltexmaatstaf. Opzegging duurovereenkomst )
  • ECLI:NL:HR:2016:1138,  Hoge Raad 10 juni 2016 (Bijstandsverhaal, terecht beroep op berusting)
  • ECLI:NL:HR:2016:1139, Hoge Raad 10 juni 2016. (Procesrecht, vernietiging buiten de grieven om)
  • ECLI:NL:HR:2016:1112, Hoge Raad 3 juni 2016 (Overheidsaansprakelijkheid, verjaring)
  • ECLI:NL:HR:2016:920, Hoge Raad 20 mei 2016 (Appelprocesrecht, ten onrechte akte niet-dienen verleend)
  • ECLI:NL:HR:2016:851, Hoge Raad 13 mei 2016 (Erkenning vaderschap art. 1:204 lid 3 BW)
  • ECLI:NL:HR:2016:724, Hoge Raad 22 april 2016 (Alimentatierecht; artikel 1:160 BW, einde partneralimentatie wegens samenwoning?)
  • ECLI:NL:HR:2016:663Hoge Raad 15 april 2016 (Aansprakelijkheid bestuurder; verjaring)
  • ECLI:NL:HR:2016:668, Hoge Raad 15 april 2016 (Contractenrecht; deformalisering herstel van onjuiste tenaamstelling vóór de eerst dienende datum geldig).
  • ECLI:NL:HR:2016:365, Hoge Raad 4 maart 2016 (Alimentatierecht; behoedzaamheid bij wijziging met terugwerkende kracht)
  • ECLI:NL:HR:2016:295, Hoge Raad 19 februari 2016 (Familierecht; zware maatstaf bij omgangs-OTS)
  • ECLI:NL:HR:2016:288, Hoge Raad 19 februari 2016, (aansprakelijkheid notaris, verzwaarde stelplicht notaris; incompleet dossier komt voor risico notaris)
  • ECLI:NL:HR:2016:49, Hoge Raad 15 januari 2016, (Verbintenissenrecht, passeren bewijsaanbod in hoger beroep)
  • ECLI:NL:HR:2015:3635, HR 18 december 2015 (Familierecht, alimentatie, bewust afwijken van de wettelijke maatstaven)
  • ECLI:NL:HR:2015:3567, HR 11 december 2015 (Familierecht, partneralimentatie ingangsdatum)
  • ECLI:NL:HR:2015:3479, HR 4 december 2015 (Familierecht; status van de Tabel Eigen Kosten Kinderen)
  • ECLI:NL:HR:2015:3478, HR 4 december 2015 (Familierecht; bijvoegen/aanhechten alimentatieberekening beschikking)
  • ECLI:NL:HR:2015:3475, HR 4 december 2015 (Familierecht, sanctie verzwijgen te verdelen vermogen)
  • ECLI:NL:HR:2015:3229, HR 6 november 2015 (Pensioenrecht)
  • ECLI:NL:HR:2015:3195, HR 30 oktober 2015 (Procesrecht; twee-conclusieregel)
  • ECLI:NL:HR:2015:2914, HR 2 oktober 2015 (Aansprakelijkheidsrecht; groepsaansprakelijkheid)
  • ECLI:NL:HR:2015:1871, HR 10 juli 2015 (Familierecht, verdeling huwelijksgoederengemeenschap)
  • ECLI:NL:HR:2015:1470, HR 5 juni 2015 (Procesrecht; appeltermijn ex artikel 140 lid 3 Rv)
  • ECLI:NL:HR:2015:1192, HR 1 mei 2015 (Arbeidsrecht; Flextronics; Inhoud en strekking art. 7:672 BW)
  • ECLI:NL:HR:2015:1140, HR 24 april 2015, (Procesrecht; eisen aan een incident in cassatie)
  • ECLI:NL:HR:2015:1063, HR 17 april 2015, (Auteursrecht; Hasbro/Simba- My Little Pony)
  • ECLI:NL:HR:2015:823, HR 3 april 2015 (Huurrecht bedrijfsruimte, nadere vaststelling huurprijs)
  • ECLI:NL:HR:2015:831, HR 3 april 2015 (Beroepsaansprakelijkheid notaris)
  • ECLI:NL:HR:2015:498 HR 27 februari 2015 (Auteursrecht, tussenarrest in afwachting van prejudiciële vragen).
  • ECLI:NL:HR:2015:249, HR 6 februari 2015, (Goederenrecht. Vaststelling erfgrens percelen)
  • ECLI:NL:HR:2015:232, HR 6 februari 2015 (Familierecht, kinderalimentatie, terugbetaling)
  • ECLI:NL:HR:2015:182, HR 30 januari 2015 (Familierecht, huwelijksvermogensrecht, verdeling na echtscheiding)
  • ECLI:NL:HR:2015:181, HR 30 januari 2015 (Familierecht, huwelijksvermogensrecht, verdeling na echtscheiding)
  • ECLI:NL:HR:2015:87, HR 16 januari 2015 (Faillissementsrecht, mag een faillissementscurator een huis veilen?)
  • ECLI:NL:HR:2015:40, HR 9 januari 2015 (Familierecht, partneralimentatie motiveringsplicht rechter)
  • ECLI:NL:HR:2014:3350, HR 21 november 2014 (Aansprakelijkheidsrecht, schadevaren en samenloop).
  • ECLI:NL:HR:2014:3352, HR 21 november 2014 (Familierecht,  civiel procesrecht hof doet in strijd met LPR uitspraak)
  • ECLI:NL:HR:2014:3126, HR 7 november 2014 (Arbeidsrecht, eisen waaraan een ontslag op staande voet moet voldoen).
  • ECLI:NL:HR:2014:2738, HR 19 september 2014 (Erfrecht, procesrecht; beneficiaire aanvaarding)
  • ECLI:NL:HR:2014:2632, HR 4 september 2014 (Familierecht; recht op contra-expertise ex artikel 810a Rv)
  • ECLI:NL:HR:2014:1540, HR 27 juni 2014 (Familierecht; grenzen van de rechtsstrijd, vaststelling van de draagkracht).
  • ECLI:NL:HR:2014:1001, HR 25 april 2014 (Familierecht; terugbetalingsplicht alimentatie)
  • ECLI:NL:HR:2014:946, HR 18 april 2014 (Arbeidsrecht, burgerlijk procesrecht appelgrens na deelvonnis)
  • ECLI:NL:HR:2014:830, HR 4 april 2014 (Arbeidsrecht; overgang van onderneming, contractuele band, behoud van identiteit)
  • ECLI:NL:HR:2014:413, HR 21 februari 2014 (Familierecht, overschrijding appeltermijn niet ontvankelijk; ambtshalve toepassing).
  • ECLI:NL:HR:2014:325, HR 14 februari 2014 (Familierecht, alimentatie. procesrecht. grenzen van de rechtsstrijd).
  • ECLI:NL:HR:2014:217, HR 31 januari 2014 (Schadevordering jegens tandarts wegens toerekenbaar tekortschieten)
  • ECLI:NL:HR:2014:161: HR 24 januari 2014 (Faillissementsrecht, nemo tenetur beginsel, faillissementsgijzeling)
  • ECLI:NL:HR:2013:2128: HR 20 december 2013 (Arbeidsrecht; loondoorbetaling bij ziekte; overlegging deskundigenoordeel)
  • ECLI:NL:HR:2013:2130: HR 20 december 2013 (Familierecht; wijziging ex artikel 1:401 BW ten onrechte niet aangenomen)
  • ECLI:NL:HR:2013:1881: HR 13 december 2013 (Montis/Goossens II, Auteursrecht, strijd met formaliteitenverbod BC)
  • ECLI:NL:HR:2013:1884:HR 13 december 2013 (Familierecht van Sint Maarten; onjuiste maatstaf kinderalimentatie)
  • ECLI:NL:HR:2013:1613: HR 6 december 2013 (Makro/Diesel III Merkenrecht; bewijskracht buitenlandse vonnissen)
  • ECLI:NL:HR:2013:1610: HR 6 december 2013 (Bankrecht; aansprakelijkheid bank voor overcreditering)
  • ECLI:NL:HR:2013:1393: HR 22 november 2013 (Familierecht, verdeling gemeenschap, afwijking bij helfte?)
  • ECLI:NL:HR:2013:1392: HR 22 november 2013 (Familierecht, verdeling gemeenschap, uitleg convenant)
  • ECLI:NL:HR:2013:1244: HR 15 november 2013 (Huurrecht bedrijfsruimte, faillissement)
  • ECLI:NL:HR:2013:1037: HR 25 oktober 2013 (Handelsnaamwet, onrechtmatige daad)
  • ECLI:NL:HR:2013:CA0721: HR 11 oktober 2013 (Faillissementsrecht; toetsing van een schikking curator)
  • ECLI:NL:HR:2013:911 HR 11 oktober 2013 (uitleg testament; artikel 4:46 BW; Hoge Raad legt arrest hof opnieuw uit)
  • ECLI:NL:HR:2013:CA3757 HR 4 oktober 2013 (Internationaal familierecht; bevoegdheid NL rechter Brussel II-bis)
  • ECLI:NL:HR: 2013:CA3740 HR 29 september 2013 (Verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak)
  • ECLI:NL:HR:2013CA3748 HR 20 september 2013 (Verdeling huwelijksgemeenschap; afwijking van verdeling bij helfte)
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ7396 HR 13 september 2013 (Overheidsaansprakelijkheid, Vergoedingsplicht jegens levenspartner en kind verdachte? )
  • ECLI:NL:HR:2013:CA0566, HR 6 september 2013, (Arbeidsrecht, Pensioenrecht. Kan een pensioenreglement eenzijdig worden gewijzigd?)
  • ECLI:NL:HR:2013:CA0729 HR 12 juli 2013 (De Hoge Raad legt een onjuist en onduidelijk arrest van het hof uit)
  • LJN: CA3157, HR 14 juni 2013 (Familierecht, kinderalimentatie naar Zwitsers recht)
  • LJN:CA0356, HR 17 mei 2013 (Familierecht, partneralimentatie, grievend gedrag, gezag van gewijsde en artikel 1:401 BW)
  • LJN:BZ1059, HR 3 mei 2013 (Procesrecht; verrekening bij echtscheiding; hof neemt ten onrechte geen beslissing)
  • LJN:BZ1468, HR 3 mei 2013 (Medische aansprakelijkheid; onrechtmatige daad; aansprakelijkheid ziekenhuis)
  • LJN:BZ 0293, HR 26 april 2013 (IPR, kinderontvoering en 1:253a BW, de gewone verblijfplaats van de kinderen)
  • LJN: BY 6759, HR 22 maart 2013 (Onrechtmatige daad; zorgplicht tussenpersoon buiten adviesrelatie)
  • LJN: BY6760, HR 1 maart 2013 (Burgerlijk procesrecht; proceskosten in de vrijwaringsprocedure mogen niet worden ‘doorgeschoven’)
  • LJN: BY1882, HR 15 februari 2013 (Familierecht, kinderalimentatie rekening houden met inkomen stiefouder)
  • LJN: BY6111, HR 8 februari 2013 (Burgerlijk procesrecht, kort geding op grond van art. 843a Rv mogelijk tijdens bodemprocedure?)
  • LJN: BX9187, HR 1 februari 2013 (Huurrecht, recht op vrije nieuwsgaring, schotelantenne)
  • LJN: BY0537, HR 21 december 2012 (Familierecht, kinderalimentatie, draagkracht, aftrekbaarheid advocaatkosten)
  • LJN: BY 2241, HR 14 december 2012, (Arbeidsrecht, ontslag op staande voet, onverwijldheid van het ontslag, omvang geding)
  • LJN: BW9226, HR 28 september 2012, (Wijziging verzoek na verweerschrift in hoger beroep; uitzondering op in beginsel strakke regel)
  • LJN: BW9247, HR 21 september 2012 (Kinderalimentatie, WSNP. Draagkracht alimentatieplichtige tijdens schuldsaneringsregeling)
  • LJN: BW4896, HR 21 september 2012 (Herroeping. Uitleg art. 388 lid 2 Rv. Reikwijdte. Mogelijkheid van doorbreking appelverbod)
  • LJN: BW6730, HR 21 september 2012 (Overheidsprivaatrecht. Uitoefening privaatrechtelijke bevoegdheden door gemeente)
  • LJN: BW6729, HR 7 september 2012 (Familierecht, procesrecht, omvang debat van partijen)
  • LJN: BW5867, HR 10 augustus 2012 (Familierecht: mag de rechter zijn beslissing mede baseren op stukken andere procedure?)
  • LJN: BX1295, HR 13 juli 2012 (Familierecht; berekening van kinderalimentatie in het geval van samengestelde gezinnen)
  • LJN: BW1519, HR 29 juni 2012 (Letselschade, groepsaansprakelijkheid, causaal verband, te vergoeden schade)
  • LJN: BV2356, HR 30 maart 2012 (Vervoerdersaansprakelijkheid. Bevoegdheid Nederlandse rechter forumkeuzebeding 23 EEX-Vo)
  • LJN: BV2355, HR 30 maart 2012 (Vervoerdersaansprakelijkheid. Bevoegdheid Nederlandse rechter forumkeuzebeding 23 EEX-Vo)
  • LJN: BU8514. HR 30 maart 2012 (Arbeidsrecht, doorbetaling loon, arbeidsovereenkomst, devolutieve werking appel)
  • LJN: BV1749, HR 30 maart 2012 (Familierecht, verdeling schulden, afwijking van verdeling bij helfte)
  • LJN: BV3103, HR 30 maart 2012 (Familierecht, verrekenbeding huwelijkse voorwaarden, voorbouwende overeenkomst)
  • LJN: BU9898, HR 2 maart 2012 (Familierecht, afstand van recht op terugvordering van alimentatie die achteraf teveel is betaald?)
  • LJN: BU5620, HR 10 februari 2012 (Arbeidsrecht. Vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag)
  • LJN: BU7255, HR 10 februari 2012 (Hoger beroep; Wet griffierechten burgerlijke zaken; art. 282a, 362 Rv doorbreking cassatieverbod)
  • LJN: BT7496, HR 20 januari 2012 (Ovk. en derden; aanneming; tekortschieten onderaannemer onrechtmatig jegens opdrachtgever?)
  • LJN: BQ8095, HR 2 december 2011 (Familierecht, kinderalimentatie)
  • LJN: BU3271, HR 4 november 2011 (Familierecht; kinderalimentatie)
  • LJN: BR5310: HR 4 november 2011 (Familierecht; terugbetaling reeds genoten kinderalimentatie)
  • LJN: BQ2324, HR 28 oktober 2011 (Aansprakelijkheid school voor kartongeval studente)
  • LJN: BR3086, HR 21 oktober 2011 (Familieprocesrecht; oproeping; schending beginsel van hoor- en wederhoor)
  • LJN: BT2416, HR 23 september 2011 (Familierecht, burgerlijk procesrecht)
  • LJN: BQ8097, HR 9 september 2011 (Wet bescherming persoonsgegevens, toetsing BKR, Bankrecht)
  • LJN: BQ1823, HR 8 juli 2011, (Beslagrecht, beslag op aandelen, schadevergoeding na onrechtmatig beslag, fixum art. 6:119 BW)
  • LJN:BP9991, HR 27 mei 2011 (Arbeidsrecht, beroepsziekte, werkgeversaansprakelijkheid, bewijsrecht)
  • LJN: BP9860, HR 29 april 2011 (Familierecht; bewijsrecht)
  • LJN: BQ0713, HR 29 april 2011 (WSNP; burgerlijk procesrecht)
  • LJN: BQ2935, HR 29 april 2011 (Onrechtmatige daad; leidingschade)
  • LJN:BP5620, HR 15 april 2011 (Burgerlijk procesrecht, ontbinding arbeidsovereenkomst, hoor- en wederhoor)
  • LJN: BP4804, HR 8 april 2011 (Arbeidsrecht; kennelijk onredelijk ontslag)
  • LJN: BN9969, HR 11 maart 2011 (Kwalitatieve aansprakelijkheid assurantiekantoor voor fraude hypotheekadviseur
  • LJN:BO7108, HR 11 februari 2011 (Algemene voorwaarden, proceskostenveroordeling)
  • LJN: BO6106, HR 28 januari 2011 (Dexia, verjaring, bewijsaanbod)
  • LJN: BO1816, HR 24 december 2010 (Familierecht, alimentatie)
  • LJN: BN7055, HR 26 november 2010 (Familierecht, alimentatie)
  • LJN: BN6253, HR 29 oktober 2010 (Verzekeringsrecht)
  • LJN: BN1414, HR 15 oktober 2010 (Merkenrecht, internationaal privaatrecht, Makro/Diesel II)
  • LJN: BM7672, HR 24 september 2010 (Familierecht, alimentatie)
  • LJN: BM6086, HR 10 september 2010 (Onrechtmatige daad, aansprakelijkheid bezitter dier, procesrecht)
  • LJN: BM7041, HR 10 september 2010 (Arbeidsrecht, RSI, aanvang verjaring beroepsziekte)
  • LJN: BL0009. HR 12 maart 2010 (Familieprocesrecht; alimentatie)
  • LJN: BJ7329, HR 11 december 2009 (Burenrecht, Procesrecht)
  • LJN: BJ9069, HR 11 december 2009 (Arbeidsrecht, de beschikking over ontbinding tijdens de opzegtermijn)
  • LJN: BJ7333, HR 13 november 2009 (Procesrecht)
  • LJN: BI0462, HR 10 juli 2009 (Naamrecht)
  • LJN: BI8771: HR 19 juni 2009 (Wertenbroek q.q./v.d. Heuvel c.s. procesrecht; uitzondering op de twee conclusieleer)
  • LJN: BH9283, HR 12 juni 2009 (Bewijsrecht)
  • LJN: BG6719, HR 6 februari 2009 (Personen en Familierecht)
  • LJN: BH0070, HR 16 januari 2009 (Faillissementsrecht)
  • LJN: BF3928, HR 19 december 2008 (Familierecht: WLA het eerste ‘nieuwe geval’)
  • LJN: BG0944, HR 12 december 2008 (Huurrecht woonruimte)
  • LJN:BF0002, HR 31 oktober 2008, (Bankrecht, aansprakelijkheid voor onrechtmatig handelen)
  • LJN: BD3713, HR 5 september 2008 (Familierecht)
  • LJN: BD2408, HR 11 juli 2008, (Arbeidsrecht)
  • LJN: BC9766, HR 11 juli 2008 (Merkenrecht, internationaal privaatrecht, Makro/Diesel I)
  • LJN: BD0138, HR 26 juni 2008 (Internationaal privaatrecht)
  • LJN: BC8099, HR 6 juni 2008 (Faillissementsrecht)
  • LJN: BC1231, HR 14 maart 2008 (L./Aerts q.q. bestuurdersaansprakelijkheid)
  • LJN:BB6175, HR 1 februari 2008 (M./Akzo Nobel; Arbeidsrecht/Arbeidsongeval)
  • LJN: BB5924, HR 11 januari 2008 (Arbeidsrecht)
  • LJN: BB9613, HR 7 december 2007 (Familierecht; burgerlijk procesrecht)
  • LJN: BA9619, HR 30 november 2007 (Procesrecht/personen en familierecht)
  • LJN: BB6178, HR 30 november 2007 (K./NCM; werkgeversaansprakelijkheid)
  • LJN: BB5625, HR 7 november 2007 (T./Shell; werkgeversaansprakelijkheid)
  • LJN: BA5197, HR 7 september 2007 (faillissementsrecht procesrecht)
  • LJN: AZ4663, HR 29 juni 2007, (X/ Dexia betreft Wet Bescherming Persoonsgegevens)
  • LJN: BA0903, HR 20 april 2007 (WSNP)
  • LJN: AZ8174, HR 13 april 2007 (WSNP)
  • LJN: AX8848, HR 22 september 2006 (Familierecht; omvang motiveringsplicht hof alimentatiebeschikking)
  • LJN: AY7929: HR 24 november 2006, (Schadevergoeding na onrechtmatig beslag, verhouding hoofd- en schadestaatprocedure)
  • LJN: AW2089,HR 09 juni 2006 (Burgerlijk procesrecht)
  • LJN: AU6932, HR 10 maart 2006 (Huurrecht woonruimte)
  • LJN: AU7494, HR 23 december 2005 (familierecht)
  • LJN: AU3252, HR 23 december 2005 (Landinrichtingswet)
  • LJN: AS3643, HR 22 april 2005 (Familierecht)
  • LJN: AO4604, HR 04 juni 2004 (Familierecht)
  • LJN:AL7043, HR 23 december 2003 (Aansprakelijkheid gemeente/Wet Voorkeursrecht Gemeenten)
  • LJN: AF0217, HR 10 januari 2003 (Familierecht)
  • LJN: AD9143. HR 19 april 2002 (Familierecht; gezag na echtscheiding, ‘klem en verloren criterium’)
  • LJN: AD9124, HR 12 april 2002 (H./De Branding; arbeidsrecht/letselschade)
  • LJN: AA4605, HR 28 januari 2000 (Burgerlijk procesrecht)
  • LJN:AA3383, HR 24 september 1999 (Arbeidsrecht; ontbinding met terugwerkende kracht; doorbreking appelverbod 7:685 BW)

Wij behandelen geen strafzaken en in beginsel ook geen fiscale zaken bij de Hoge Raad; een uitzondering wordt in een enkel geval gemaakt voor civiele procedures tegen de Ontvanger, in welk geval wij nauw samenwerken met Geradts & Vetter advocaten-belastingkundigen te Amsterdam.

Zie ook onze blog pagina

Bezoekadres: Statenlaan 28, 2582 GM ’s-Gravenhage.  Postadres: Postbus 82228, 2508 EE ’s-Gravenhage;  Telefoon: +31(0)70 – 358 94 79 en +31(0)70 – 568 00 02;  Fax: +31(0)70 – 358 51 97. Klik hier voor Google maps en een routebeschrijving.