mr. Sanaz Kousedghi, cassatieadvocaat

 

civiele cassatie, arbeidsrecht en civiel (proces)recht

mr. Sanaz Kousedghi, cassatieadvocaat, (1982) studeerde in augustus 2005 cum laude af aan de Universiteit Leiden, waarna zij als advocaat in dienst trad van Alt Kam Boer Advocaten. Voordien was zij reeds enige tijd als juridisch medewerker aan het kantoor verbonden.

Als civiele cassatieadvocaat, behandelt zij in hoofdzaak civiele cassaties bij de Hoge Raad. In december 2010 heeft zij de postdoctorale Grotius-opleiding Arbeidsrecht voltooid. Zij is lid van de specialisatievereniging Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (V.A.A.N.) en de Vereniging voor Arbeidsrecht. In de cassatiesectie heeft zij naast het arbeidsrecht ook als aandachtsgebieden, huurrecht, verbintenissenrecht, IPR, Antilliaans- en Arubaans recht, alsmede het familierecht.

Enkele voorbeelden van zaken die zij in cassatie heeft behandeld zijn onder meer:

  • HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8514,  (Fafianie/KSN),  Devolutieve werking. Gedeeltelijke afwijzing loonvordering. Appel werknemer tegen afwijzend gedeelte van het dictum. In eerste aanleg verworpen verweer van werkgever kan niet in de beoordeling van het hoger beroep worden betrokken, nu die verwerping dragend is voor toewijzend gedeelte van het dictum, dat onherroepelijk is geworden en gezag van gewijsde heeft gekregen.
  • HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1244, (Romania Beheer B.V.) Faillissementsrecht. Beëindiging bedrijfsruimtehuur door curator na faillissement huurder, art. 39 Fw. Geen inroepbaarheid jegens de boedel van contractueel schadevergoedingsbeding, vgl. HR 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3534, NJ 2011/114 (Aukema q.q./Uni-Invest). Wel rechtsgeldig en inroepbaar jegens huurder en derde die zich garant heeft gesteld. Geen regresvordering jegens de boedel.
  • HR 7 november 2014; ECLI:NL:HR:2014:3126. Arubaanse zaak. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet, art. 7A:1615o BWA (art. 7:677 BW). Onverwijlde mededeling dringende reden; strekking. Vastgestelde feiten stroken niet met bij ontslag medegedeelde dringende reden. Rechtsgeldigheid ontslag indien slechts een deel van de dringende reden komt vast te staan (HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2806, NJ 2014/408).
  • HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:40,Aannemelijkheid (aflossingsverplichting uit hoofde van) schuld aan familie. Onbegrijpelijk oordeel? Motiveringsplicht rechter.
  • HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1192, (Flextronics), Opzegging arbeidsovereenkomst door werknemer op termijn korter dan overeengekomen. Vernietigbaarheid opzegbeding indien voor werkgever geen langere opzegtermijn is overeengekomen? Schriftelijkheidsvereiste. Inhoud en strekking art. 7:672 BW.
  • HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:663, Bestuurdersaansprakelijkheid. Verjaring en stuiting. Grenzen rechtsstrijd.
  • HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2884 , Contractenrecht. Koopovereenkomst woning met agrarische bestemming. Uitleg gedingstukken; beroep op dwaling (art. 6:228 BW)? Verhouding mededelingsplicht en onderzoeksplicht; eigen schuld, art. 6:101 lid 1 BW. Samenhang met 15/04731 en 15/04491.
  • HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2270 (Dordtse Schoolvereniging), Goederenrecht. Erfdienstbaarheden. Erfdienstbaarheid van weg ten behoeve van perceel waarop thans een schoolgebouw is gevestigd, dat mede gelegen is op een aan het heersend erf grenzend perceel. Omvat de erfdienstbaarheid ook gebruik ten behoeve van dit aangrenzend perceel? HR 31 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4160, NJ 1982/38. Toelaatbare verzwaring? Maatschappelijke opvattingen. Devolutieve werking hoger beroep.
  • HR 21 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:31, (Ontvoering peuter Insiya) IPR. Familierecht. Internationale rechtsmacht. Staat het ontbreken van bevoegdheid ten aanzien van echtscheidingsverzoek in de weg aan bevoegdheid tot het treffen van (neven-)voorziening met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid, indien het kind gewone verblijfplaats in Nederland heeft? Verhouding van art. 8 lid 1 Verordening Brussel II-bis tot art. 827 lid 1, onder c, Rv en art. 1:251a lid 2 BW. Litispendentie in de zin van art. 19 lid 2 Verordening Brussel II-bis en art.13 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996?
  • HR 2 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:145, WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsanering. Toerekenbare tekortkoming schuldenaar? Vervolg op HR 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:110, NJ 2017/76. Nieuw verweer na cassatie? Monitoring aanvraag beschermingsbewind door bewindvoerder.

Sanaz Kousedghi publiceert onder meer in het Advocatenblad.